Hoe ik in de wereld van hersteltraining rolde

Ergens in 2006 stond er ineens een speler van Go Ahead Kampen in mijn sportschool. (van Dijk)
Met een blik van “red me alsjeblieft” en de vraag of ik hem weer fit kon krijgen na een zware knieoperatie. Hij trainde alweer een beetje op het veld, maar daar verzamelde hij alleen maar spierblessures alsof het een hobby voor hem was. En eerlijk is eerlijk: er liep ook niet bepaald iemand rond die hem deskundig kon helpen tijdens die trainingen.
De aanwijzingen die hij kreeg? “Loop maar een paar rondjes” en “ja joh, schiet anders wat ballen op de keeper.”

Kortom: niet bepaald een plan van aanpak.

Dus ik dook de wereld van gerichte krachttraining in. Knie versterken, core sterker maken, conditie opbouwen — het hele pakket. En dat werkte! Hij werd superfit. Alleen… na iedere veldtraining kwam hij weer terug met kleine spierblessures. Net te veel gedaan, net verkeerd aangepakt. Ondertussen sloten nóg twee spelers zich aan, die óók weer fit wilden worden.

Maar op het veld gebeurde steeds hetzelfde: geen structuur, geen begeleiding, geen idee.  Het gat tussen “je bent klaar bij de fysio” en “je kunt weer mee voetballen” bleek gigantisch. Zo groot zelfs, dat ik het vanuit de sportschool niet dicht kreeg.

Dus ik ben zelf maar eens op het veld gaan kijken. En ja hoor: mijn vermoedens werden bevestigd. De spelers deden maar wat. Geen plan, geen opbouw, geen herstelprincipes. Alleen hopen dat het goed zou komen. (Spoiler: dat kwam het meestal niet.)

Omdat ik graag wél wilde begrijpen hoe het moest, ben ik me erin gaan vastbijten. Via een zoektocht op het internet kwam ik terecht bij een cursus van Toine van den Goolberg, toen nog de herstel-/conditietrainer van Feyenoord. Ik heb die cursus gevolgd en met succes afgerond. Ik was supertrots: ik mocht mezelf officieel herstel- en conditietrainer noemen voor zowel amateurclubs als BVO’s.

Alleen… tijdens de cursus viel me één ding enorm op:
Alles was gericht op BVO’s. Fulltime programma’s, dagelijkse trainingen en luxe faciliteiten. Geweldig natuurlijk, maar totaal anders dan het amateurvoetbal waar je twee keer per week traint tussen de avondmaaltijd en de douchebeurt door.
Dus moest ik flink sleutelen. De methodes aanpassen. Praktische oplossingen bedenken. En mezelf nóg verder verdiepen in voetbalconditie. Ook de boeken van Raymond Verheijen heb ik erbij gepakt. Maar ook die moesten vertaald worden naar de realiteit van het amateurvoetbal.

In bijna twintig jaar tijd heb ik vier verschillende protocollen, trainingen, ervaringen  en adviezen samengesmolten tot één praktisch, toepasbaar en vooral werkbaar protocol speciaal voor amateurclubs: Het Herstelhuis.

Ik heb geprobeerd om alles zo duidelijk te maken dat eigenlijk iedereen ermee aan de slag kan — zolang je maar een beetje feeling hebt met voetbal. Dat werkt gewoon net wat fijner.

Mijn hoop is dat voetbalclubs Het Herstelhuis gaan omarmen en gaan inzien dat een hersteltrainer geen luxe is, maar pure winst. Het gat tussen “ik mag weer het veld op” en “wedstrijd-fit” is met Het Herstelhuis eindelijk gedicht.

Succes — en vooral: veel plezier met het toepassen!